
TROTS EN DANKBAAR Tijdens het sporten is er genoeg tijd om na te denken, en goeie gesprekken te voeren met mezelf en o.a. fysio Maaike. Vorige week sportte er een lotgenootje met me mee. Aan alles te zien dat ze kanker heeft. Kaal, in een dip en vól in de zoveelste chemokuur. En toch komen om haar lichaam sterker te maken. Het dwong mijn respect af, zonder meer. Ook moest ik hierdoor lang nadenken over een gek vraagstuk dat vaker door mijn hoofd heeft gespeeld, namelijk ‘Zij boft! Of niet? Ben ík degene die boft..?’ Zij, vechtend, op weg naar genezing maar zichtbaar lichamelijk gesloopt. Ik, ongeneeslijk, niets aan te zien en met een onbekende prognose. In het eerste jaar na mijn diagnose, toen woede en verdriet nog vlammend en scherp waren, heb ik wel eens gedacht bij lotgenoten als zij: ‘had ík maar die chemo. Want dat had betekend dat er een kans zou zijn op genezing. Chemo voor mij betekent nu eigenlijk “uitstel van”. Later, met fysio Maaike, sprak ik over die stomme spiegel ...